Home » Kerk en Kloosters Dominicanen » 1949: Komst Dominicanessen

Zusters Dominicanessen naar Langenboom


Al in 1919 worden de eerste pogingen gedaan om Zusters naar Langenboom te krijgen. In dat jaar probeert men al een meisjesschool op te richten. Dat lukt echter pas in 1933. Dan gaat men opnieuw op stap. Zo staat het in de kroniek van de Dominicanen:

“Den 29e november 1932 vertrok onze praeses, de Zeereerwaarde pater M. van Gent, pastoor, met de auto van Wim Jans jr. naar het Limburgse Valkenburg. Als medepassagier meenemend de landbouwer Theodorus van der Hagen (zoon van onzen kerkmeester Petrus van der Hagen) die van deze gelegenheid gebruik maakte om Zuid-Limburg eens te bezichtigen. Het doel van den praeses was de aldaar gevestigde zusters Franciscanessen (van Heijthuizen) te bewegen het onderwijs in de nieuwe meisjesschool op zich te nemen. De Zusters nodigden hun gast tot het middagmaal, welke uitnodiging werd aangenomen. Het bezoek is evenwel ten slotte zonder resultaat gebleven. (Reeds vroeger gedane pogingen bij de zusters Dominicanessen te Voorschoten en Neerbosch, alsook bij de zusters te Schijndel, Veghel e.a. hadden evenmin resultaat).”

Op dinsdag 30 juli 1946 neemt juffr. Jeijsman afscheid als hoofd van de Meisjesschool. Vanaf het begin van de school in 1933 was de school een toonbeeld waar Hollandse proper- , zindelijkheid en netheid bij de meisjes moest doordringen. Bij haar afscheid spreekt men de wens uit, dat eerlangs Eerwaarde Zusters het onderwijs aan de vrouwelijke jeugd in Langenboom gaan leiden. Er wordt dan al druk overlegd met de Zusters Dominicanessen uit Neerbosch. Die gesprekken verlopen zo voorspoedig, dat in december 1946 Pastoor Bruens vanaf de preekstoel vertelt, dat tegen het nieuwe schooljaar de Zusters in Langenboom hun intrede gaan maken. Maar 1947 ging voorbij zonder dat er iets gebeurde. Blijkbaar was het moeilijk om in Den Haag een vergunning voor de vestiging los te krijgen, maar in februari 1948 kwam ze toch binnen.

Doorke van der Hagen

Huisvesting
Waar moesten die Zusters een onderdak krijgen? Theodora van der Hagen bezat een boerderij naast de toenmalige Meisjesschool. Ze was vrijgezelle en raakte al op leeftijd. Ze was bereid om haar boerderij uit 1906 te schenken aan de Dominicanessen, indien ze er in zou mogen blijven wonen en de Zusters haar zouden verzorgen. Dat was een uitstekend aanbod. Architect Jan Strik uit Mill tekende de transformatie van een boerderij naar een klooster. Toen de vergunning binnenkwam begon aannemer Kellendonk uit Alverna in maart 1948 met de verbouwing. De kap werd eraf gehaald en boven kwam op de plaats van de hooizolder een kapel met een heus torentje. Aan de voorzijde kwamen aan beide zijden van een gang 8 kamertjes. Ze hadden ieder stromend water en centrale verwarming. Beneden een flinke recreatiekamer en refter, een grote keuken en bijkeuken. Daarnaast een wasinrichting met een droogplaats. Natuurlijk kon een ontvangstruimte niet ontbreken. Doorke van der Hagen kreeg vooraan een eigen kamertje.

Contract
Tussen het kerkbestuur o.l.v. pastoor Bruens van de H. Familie uit Langenboom (dat tevens schoolbestuur was) en Congregatie van de Zusters Dominicanessen werd een contract gesloten. Hierin werd o.a. het navolgende bepaald:
- De Congratie zal zich belasten met:
  1. Het voorbereidend onderwijs op de Bewaarschool voor jongens en meisjes
  2. Het Lager Onderwijs aan de meisjes
  3. Het onderwijs in de vrouwelijke handwerken op Leerschool en Naaischool
- Het Bestuur van het Moederhuis zorgt voor één Zuster Hoofd en zo mogelijk voor één Zuster Onderwijzeres, terwijl de verdere onderwijzeressen door het Schoolbestuur worden aangesteld in overleg met de Zusters. Het zal de Algemene Overste vrij staan, om redenen te Harer beoordeling, de Zusters ten allen tijde te verplaatsen.
- de Congregatie ontvangt alle inkomsten, voortvloeiende uit het onderwijs en de andere werkzaamheden der Zusters
- Wekelijks zal in de kapel der Zusters minstens één keer de H. Mis gelezen worden.

Ook bisschop W. Mutsaerts van Den Bosch gaf zijn schriftelijke toestemming tot het oprichten van een zg. Succursaalhuis (kleine communiteit) van de Congregatie. De H. Mis mocht er gelezen worden, dan diende het tabernakel wel absoluut brand- en inbraakvrij te zijn.

 

Pastoor Bruens heette de Zusters welkom. V.l.n.r.: Zr. Coletha - Zr. Norbertha - Zr. Henrico - Zr. Genoveva - Zr. Cornelia - Zr. Amata - Zr. Fabiola (gast) en Zr. Imelda.
Met steentjes was voor de stoep het woord "Welkom" gelegd.

Welkom
Op de grote dag van aankomst, 5 januari 1949, werden de drie grote luxe wagens, die om kwart over één ’s middags uit Neerbosch waren vertrokken, bij de grens van de parochie bij ’t Hoekske opgewacht. Daar stond fanfare Amicitia al opgesteld en mede begeleid door de ruiters van rijvereniging Juliana ging het richting kerk. Daar hield pastoor Bruens een welkomstrede, waarin hij aangaf, dat een lang gekoesterde droom was uitgekomen. Na een kort Lof namen de Zusters weer plaats in de auto’s en ging de lange stoet richting klooster, dat de naam Theresiahoeve had gekregen. Daarbij reden zij onder een ereboog met het opschrift “Welkom”. Ook was in een groene rand van mos bij de voordeur met witte stenen wederom “welkom” geschreven. De politie regelde, dat iedereen een plaatsje kreeg om alles goed te kunnen zien en horen, want natuurlijk wilde niemand iets missen. Burgemeester Jhr. Van Nispen tot Sevenaer sprak een deftig woord tot de Zusters en werd daarbij terzijde gestaan door secretaris van der Geijn en de wethouders Van den Hof en Veldpaus. Hierna mocht een meisje van de 6e klas namens de kinderen iets zeggen. Een beetje ondeugend zei ze: “Denk maar niet, dat u gauw van ons af bent, want na de bewaarschool komen we op de leerschool, en als we daar van afgaan komen we toch allemaal weer op de naaischool en zo kunnen de Zusters lang genoeg last van ons hebben”. Hierna sprak Annie van Kuppevelt, namens de collega onderwijzeressen. Zij had haar opleiding in Nijmegen genoten op de kweekschool van St. Rosa, en daar gaven de Dominicanessen ook les, dus was het voor haar allemaal zeer vertrouwd. Hierna betrad men het klooster om hun nieuwe onderkomen te bezichtigen.

De verbouwing van de boerderij tot klooster is net gereed gekomen. Buiten staat nog een pomp en een klokje in het torentje ontbreekt nog.

 

Inwijding van de kapel
Op maandag 10 januari arriveerde ’s middags Mgr. Mutsaerts. Hij had gezelschap van zijn secretaris Coolen, z’n huisknecht Bernard en zijn chauffeur. Na een hartelijk welkom in de gang, zag hij daar ook Doorke van der Hagen, de schenkster van de boerderij, met akker en bos, en hij klopte haar heel vertrouwelijk en vaderlijk op de schouder, zodat Doorke ervan moest “schreuwen”. Na het diner werd de kapel plechtig ingewijd, waarna hij voorging bij het Lof, met kapelaan Boerbooms als assistent. Tot slot gaf hij aan de Zusters drie Bisschoppelijke recreatiedagen met koffie en koek. Enkele dagen later kwam de kruiswegstatie van Pater Firminus van Busel.

Het personeel van de Meisjesschool:

Boven: Zr. Coletha - Zr. Willibrorda en juffr. Annie van Kuppevelt
Onder: Juffr. Nelly Arts en Juffr. Wolters

 

Werkverdeling
Als priorin werd aangesteld Zr. Henrica Warmerdam, als sub-priorin Zr. Imelda, die zich hiervoor twaalf jaar lang in de missie had verdienstelijk gemaakt. Als raadzuster trad op Zr. Willibrorda, die tevens hoofd van de meisjesschool werd. Als onderwijzeres kwam aldaar ook Zr. Coleta, terwijl aan de Bewaar- of Fröbelschool Zr. Norbertha leiding gaf. De zorg voor de huishoudelijke werkzaamheden kregen Zr. Amata (later Zr Leonida) en Zr. Cornelia (zij werd in juni al weer overgeplaatst naar Neerbosch en kwam in haar plaats Zr. Genoveva). In juli komt ook Zr Cunera, die vooral befaamd was om haar orgelspel in de kapel.

Slecht water
Zoals op meer plaatsen in Langenboom, was het water uit de put niet al te best. Door de ijzeroer in de grond, was het water roestkleurig en niet om te drinken. Daarom kreeg men in april 1949 een toestel om het water te ontroesten. Dat bracht z’n grote verbetering, dat men nu ook een wasmachine kon aanschaffen.

Fröbelschool
Achter de Meisjesschool werd een houten gebouw neergezet, die dienst deed als fröbelschool (al meteen in het begin 22 leerlingen). Op zondag 28 augustus 1949 werd ze door de pastoor ingezegend. De kleuters kwamen alleen voor de middag, daardoor kon het gebouw na de middag dienst doen als naaischool. Er kwamen al meteen 26 meisjes hier naar toe.

(Zie ook vervolg Dominicanessen in Langenboom)