Home » Uit historie Langenboom » Wolven in Langenboom

Wolven in Langenboom?

 Zijn er weer wolven in Nederland? Dat is best mogelijk, want in vroeger tijden kwam de wolf veelvuldig voor in onze streken. Ook in Langenboom? Naar alle waarschijnlijkheid wel.

De wolf kwam vaak voor in de afgelegen woeste streken zoals op de talrijke heidevelden en in de uitgestrekte peel. Ze hadden het gemunt op schapen, geiten en kippen, maar als ze grote honger hadden werden “zowel peerden als koeibeesten” niet ontzien. De angst voor wolven zat diep en niet geheel ten onrechte. De uitgehongerde en bloeddorstige wolven waren dé gevaarlijke vijand van de herders en het vee. Kinderen werden niet door de wolf ontzien.

Op dit kaartje uit 1680 zijn duidelijk de Langenboomse bossen getekend. Ook het Langven is goed te zien

 

In de archieven komen meermaals berichten voor van kinderen, die door wolven zijn meegesleurd en daarna opgevreten. Toen in de 17e eeuw de wolvenplaag te erg werd, ging men alles in het werk stellen hieraan een einde te maken. Er werden soms wolfscuulen gegraven, om de wolf daarin te laten vallen en zo te doden. In 1685 liet men enkele lange netten maken om de wolven hierin te vangen. Na maanden van vergaderen en voorbereiden zou het hele Land van Cuijk in actie komen. Een officieel reglement werd opgesteld en overal voorgelezen. Iedereen werd ingeschakeld en als men niet meewerkte kreeg men een fikse boete. Degenen die een paard hadden, moesten een snaphaan (soort geweer) meebrengen, kruit en zes kogels, en al wie niet zo “rijk” was, een spies, riek of gaffel.

Wolvennet in loods in Cuijk

 

In alle vroegte van 30 april 1688 begon de drijfjacht. In alle dorpen en gehuchten werden ’s morgens precies om 4 uur de klokken geluid. Een half uur later moesten allen zich bij hun rotmeester (dorpen waren verdeeld in rotten oftewel wijken) hebben gevoegd. Vandaar uit vertrok men naar de verschillende plaatsen waar de jacht begon. Er werd uitdrukkelijk verteld, dat men alleen op de wolf mocht jagen. Stiekem een haasje meenemen was er niet bij. Vanuit alle dorpen trok men op. Voor ons dorp stond het aldus beschreven: “Die van den Langenboom ende Hal zullen des morgens en passant de bosschen aldaar afjagen en dan begeven naar den Bortschen Bosch”.  Het Bortsche bos lag tussen Gassel en Linden. (Nu in het water verdwenen) Vanuit andere dorpen werd de drijfjacht met veel lawaai ook richting dat Bortsche bos gehouden. Daar had men lange netten gespannen van ieder 40m lang en 2½m hoog. De wolven werden daarin gedreven en met de saphaan gedood.

Een aantal jaren achtereen werden deze wolvenjachten gehouden, daarna nam de overlast van het “ruijneus beest den Wolff” iets af. Voor de gewone man was er vaak wat geld te verdienen voor het doden van een nest jonge wolven en het aanbrengen hiervan. Na de Franse tijd (1795-1813) waren er weer behoorlijk wat wolven actief in het Land van Cuijk. Op 15 december 1815 werd hier de laatste grote drijfjacht gehouden. Toch schijnt het resultaat niet optimaal te zijn geweest, want wederom werden schapen verscheurd. De burgemeester van Mill schrijft in 1818 nog een brief naar de provincie waarin hij aangeeft, dat wolven een anderhalf jarige os hebben aangevallen en tussen de 30 en 40 ponden vlees van de linker achterbil hadden afgeknaagd. Niet veel later was een maalkoe het slachtoffer. Er werden strenge maatregelen genomen. De provincie maakte zich erg ongerust en vond dat geen enkel middel onbeproefd moest worden gelaten om een einde te maken aan de vernielingen. Het volgende besluit werd genomen: Alle ingezetenen werden gelast hun vee ’s avonds binnen te halen en op te sluiten, op een boete van 3 gulden. Iedere avond moest er een schaap in een wei of op een open plek, waar de wolf misschien zou kunnen komen, aan een paal vastgebonden worden gedurende de hele nacht.

Graafsche Courant 1872

 

Bij toerbeurt moesten drie bekwame schutters op een afstand de wacht houden met hun geweer om de wolf neer te leggen, wanneer die op deze aantrekkelijke aas zou afkomen. Deze maatregelen zouden net zo lang van kracht blijven totdat men dacht, dat er geen wolven meer over waren. Naderhand horen we nauwelijks meer van verscheurende wolven in onze streek, behalve een enkel verdwaald exemplaar, want wolven kunnen wel 50 km op een dag lopen. De laatste wolf die geschoten werd was eind januari 1872 op de Heihoek onder Escharen.