Home » 2e Wereldoorlog » Inval 10 mei 1940

Duitsers vallen ons land binnen

De gemobiliseerde soldaten waren ook 's nachts allemaal op hun post, want de inval van de Duitsers zat eraan te komen, hoewel men hoopte neutraal te blijven.

Toch was in Mill de verrassing compleet, toen 's morgens rond 5 uur er plotseling een trein vanuit richting Gennep over de rails denderde. Wat was dat??

Spoedig zag men Duitse militairen achter een mitrailleur staan. Het was oorlog. Hoe kon die trein daar komen? De brug bij Gennep was bij verrassing ingenomen en daardoor kon nu een pantsertrein dwars door de Peel-Raam stelling heenrijden. Aan de pantsertrein zat een peronenwagon, vol met soldaten. Een eind voor halte Zeeland stopte de trein en stapten ong. 500 soldaten uit. Zij konden zo de kazematten van achteren aanvallen.

 

De verbaasde militairen in en bij de kazematten bij het Defensiekanaal, bedachten zich geen moment. De asperges (stalen staken) werden onmiddelijk omhoog gehaald en mijnen werden opgegraven en op de rails gelegd. Toen de pantsertrein terugkeerde, knalde hij met een flinke vaart op de asperges en ontspoorde met een daverende klap.

De uitgestapte soldaten trokken eerst richting Langenboom. Bij de Zeelandsedijk-Dellenweg stonden 12 oude kanonnen uit 1880. Ze waren uit de "mottenballen" gehaald en op Mill gericht. Hals over kop moesten die kanonnen gedraaid worden, want vanuit de Spiestraat-Witte Dellen trokken de Duitsers naar hen op. Eén soldaat ging op een dak liggen, met zijn hoofd net boven de nok en zo gaf hij aanwijzingen waar de granaten neer moesten komen. De lucht dreunde, ruiten sprongen kapot, huizen raakten ontzet, maar de Duitsers werden treuggedreven.

Na afloop van de gevechten poseerden hier Tien Selten - Jan Verheijen en Gradje Heyl bij zo'n oude kanon

Dit monument op de hoek Dellenweg - Zeelandsedijk werd geplaatst ter herinnering aan het heldhaftige optreden van de artilleristen bij de kanonnen.

 

 Piet Hendriks uit de Zuid Carolina herinnert  zich de inval nog goed.

“Eerst kwam er een vliegtuig laag over, en mijn vader ging rustig staan te kijken naar dat vliegtuig en het schieten van dat vliegtuig naar de stellingen.

Een soldaat bij ons binnenin de keuken, pakte zijn geweer, stopte er kogels, stak het bajonet op en moest de officier die bij ons was beschermen. Ze waren behoorlijk gespannen. Dat keek toch wel eng. Die officier kreeg via de radio bericht binnen, dat de oorlog was begonnen en dat er bij Mill al stevig werd gevochten.

Hij kwam naar mijn vader toe en zie:”Boer ik zou toch maar vertrekken, als ik jou was, want het wordt veel te gevaarlijk. Als er geen bomen zouden staan, zou je de Duitsers bij de spoorlijn al zien lopen, want de pantsertrein hadden ze gelost hè. En van de spoorlijn af is het naar ons toe niet ver. Toen kreeg onze vader toch wel wà host en zei tegen onze Walter, haal het perd màr uit de wei en span maar in. 

En dor denne we weg. Onze vader mè de fiets der achter aan en wij op de wagen. In Uden moesten we bij elkaar komen, op de markt. Daar werden de mensen weer verdeeld.

Wij moesten naar Volkel toe, naar de Weeg. Dat is van Volkel binnendeur naar Veghel.

Oorlogsgebeurtenissen hebben we daar niet zoveul meer gezien.

Ons huis stond er nog toen we terug kwamen. Veel huizen waren in brand geschoten of vernield. We waren er allemaal kogelgaten in de kap van het huis.

 

Jan van den Boom weet zich het volgende te herinneren:
Ik weet nog goed, zegt Jan, het begin van de oorlog. Met zwermen kwamen er vliegtuigen overheen. En ze schoten er op los. Bij Toon Laurensen (Neiberden: bijnaam) bij de Vonderstraat aan de Hogeweg (het huis is nu afgebroken) hebben ze iemand bij het huis dood geschoten die stond te kijken.

Het huis aan de Gasthuisstraat, waar wij eerst woonden en toen Piet Arts, werd vanuit het verlengde van de Broekstraat in brand geschoten, omdat men dacht dat er nog Nederlandse soldaten in zaten. Volgens hem hebben er echter nooit Nederlandse soldaten daar ingekwartierd gezeten.

Ja, waarheen we heen moesten zei niemand. We zijn in Loosbroek terecht gekomen. Coos van Duijnhoven had toentertijd al een auto. Onderweg, ik vergeet het nooit meer, reden we Tontje en Mientje Smits met de handkar met wat spullen erop voorbij. Ik zie het zo nog voor me. Ze hadden geen kinderen en woonden bij Ties Reinen aan de Hogesteenweg. In Loosbroek lagen ook Frans Kuijpers met de vrouw en de kinderen. Ook Grad Braks en Toon Verstraten waren daar. We kwamen bij wildvreemde mensen terecht. En die mensen kregen ook zo maar plotseling vreemden over de vloer. In d’n oorlog vervallen veel wetten en komen er nieuwe voor in de plaats. De wereld verandert op slag. Ook daar was het niet helemaal veilig, want de knecht van die boer werd ook neergeschoten.

Er werden daar pannenkoeken gebakken. Ik zie die grote stapel nog voor me, voor wel 50 man.

We zijn daar maar enkele dagen geweest. Het was vrijdags voor Pinksteren dat de oorlog uitbrak, en ik denk dat we ’s maandags of dinsdags weer terug gegaan zijn. Dat we met Pinksteren niet naar de kerk gingen, dat was me toen wat. Toen we terug waren hebben we snel een schuilkelder gebouwd. 

--------------

Rond 18.00 uur in de avond van 10 mei bombardeerden Stuka's allerlei stellingen, maar ook burgerwoningen werden getroffen.

 

Verwoeste huizen Langenboom:

B 74  Jan van der Linden - Dorpsstraat

A56  Wim Bens - Kammerberg

B43  Frans Kuijpers - Kloosterstraat

B46  Wed. P. Verstraten - Kloosterstraat

B59  Corn. Willems - Dorpsstraat

B107  Piet Arts - Gasthuisstraat

B27  Hent Emons - Hoek Langenboomseweg-Zuid Carolinaweg

B130  H.v.d. Heijden   Zeelandsedijk

B108  J. van Boxtel  Langenboomseweg

B106a    A.v.d. Boom  Dellenweg

B106b  A. van Hout      ,,

B106c  J. Jacobs      ,,

B106d    M. Verberk      ,,

B106  J. Arts  Langenboomseweg

B103  C. Peters      ,,

B102  J. Bastiaans      ,,

B101  Th. Van Lijssel      ,,

B99  H. v.d. Duijn      ,,

B136  J. Hendriks  Dellenweg

B61  W. van Rooij  Meeren

B118  M. Princen  Langenboomseweg  

  Verder werden een aantal huizen gedeeltelijk verwoest

Vier arbeiderswoningen aan de Dellenweg, die in 1935 waren gebouwd, werden door de Duitsers in brand gestoken. Dakloos werden: A. van Hout - A. van den Boom - J. Jacobs en M. Verberk. Ze werden niet meer opgebouwd.

Ook het huis van Adrianus Bastiaans aan de Zeelandsedijk werd een prooi der vlammen. Toen hij 's morgens op 11 mei terugkeerde naar huis om zijn vee te verzorgen, werd hij gedood door Duitse kogels, evenals Albertus Peters Gagel en Wout Hendriks.

 

Aan en bij de toenmalige Kloosterstraat brandden 3 huizen af. Hier de restanten van het huis van Wed. P. Verstraten. Verder bleef er van de huizen van Corn. Willems en Frans Kuijpers weinig over.

 

De Stuka's raasden over 't Hoekske en lieten daar hun bommen vallen. De bakkerij van Karel Holleman werd zwaar verwoest. Iets verderop richting Grave vond de 24 jarige Arnold Brands de dood bij dit bombardement.

Bij hun doortocht op 10 - 11 en 12 mei 1940 namen de Duitsers uit bijna alle huizen etenswaren of andere bruikbare spullen mee. Hier een lijstje van wat in 't Klooster van de Dominicanen vermist werd.

 

Heel wat mensen raakten in de Duitse tijd hun fiets kwijt.