Home » Uit historie Langenboom » Langenboom al vroeg bewoond.

Al in oudheid bewoners in Langenboom

 

De Belgische archeologe Els Rondags ontdekte voor het eerst in haar carrière een begraafplaats uit de bronstijd. En dat nog wel in Langenboom. Begin 2010 was de Gasunie druk bezig met het aanleggen van een nieuwe pijpleiding van Noord- naar Zuid-Nederland. Deze kwam te liggen naast de al bestaande leidingen. Sinds een aantal jaren is men verplicht om op plaatsen waar gebouwd of gegraven wordt eerst arche­ologisch onderzoek te doen. Via proefboringen was men al te weten gekomen, dat het gebied van de Kroondomeinen (of De Heuf genaamd) spo­ren uit het verre verleden bevatte. Daarom werd er een proef­sleuf gegraven van ongeveer 4m breed en honderden meters lang tussen boerderij De Schaapsdijk en de 2e Halve Hof op Hal. Eerst werd met machines de teelaarde verwijderd, daarna de esgrond, die vroeger opgebracht is, door er steeds maar heideplaggen op te brengen. Zo kwam men op een diepte van ongeveer 1 meter op het gele zand en toen werd het interes­sant.

 

Archeologen aan het werk op de Kroondomeinen

 

 

In dit gele zand zag men tussen 12 april en 7 mei 2010 overal donkere ver­kleuringen, voor een niet-deskundige zijn het niet meer dan bruine vlekken. Het meest opvallend waren de twee kring­greppels van donkere grond tussen het gele zand, met daar tussenin donkere vlekken. Binnenin archeologe Els Rondags stroomde het bloed wat sneller, want wat zojuist tevoorschijn kwam was een kleine begraafplaats uit de oude tijd. Welke tijd? Waarschijnlijk de bronstijd, want gelukkig vond men een klein stukje van een urn. Dat is een handgevormde pot van gebakken klei, waarin de asresten van gecremeerde stoffelijke resten werden bewaard en begraven. Daaruit kon men opma­ken, dat de begraafplaats al in gebruik was in de bronstijd, de tijd van 1800 tot 1100 voor Christus. Men had toen, en ook later in de ijzertijd ( van ong. 1000 tot 100 voor Chr.) de ge­woonte om de asresten te begraven in een kleine kring op een hoogte in het landschap. Meestal stopte men de asresten in een leren of linnen zakje, die zijn nu volledig vergaan in de grond. Alleen de verkleuring van de grond en het vinden van kleine botjes hierin, zijn nog de overblijfselen van een graf.

 

Hierboven de gevonden urn uit de vroege bronstijd (ong. 1800 jaar voor Chr.), met daarbij de vindplaats.

Onder het plastic en zand de greppel rond het heuvelgraf 

 

De grafheuvel werd dan nog eens extra verhoogd door het opwerpen van zand in een kring op die graven, zodat er een heuveltje ontstond in het landschap. Doordat er zo een soort greppel rondom de grafheuvel ontstond en deze later met zwart zand is opgevuld, kan men het nu nog terugvinden. Vaak, zoals ook in Langenboom, plaatste men manshoge pa­len om het grafheuveltje om het nog extra aandacht te geven. Zo’n grafheuvel werd dan een soort heiligdommetje, alwaar de voorvaderen werden vereerd. Rondom deze begraafplaats bouwde men eenvoudige woningen en aparte graanschuur­tjes.

 

Waarom ging men hier wonen?

Wel, de Kroondomeinen bestaan uit duidelijke heuvels in het landschap, met daartussen dalen, een prachtig glooiend ge­bied. Deze heuveltjes boden die vroege bewoners droge voe­ten in natte tijden. Daarnaast stroomden er enkele beekjes door het gebied, zoals de Halsche Beek en de Hooge Raam, zodat er altijd vers water was en deze zorgden voor vrucht­bare weilanden. Ook de nabijheid van de Peel, maakte dit een ideale plaats om te gaan wonen.

Gevonden paalgaten op de Kroondomeinen

 

Grafheuvel in het landschap

 

De kring is prachtig te zien op deze foto.

Bewoning

De huizen werden gebouwd, door palen in de grond te graven, daar werden schuin dwarsbalken op vastgemaakt. De wanden werden gemaakt van gevlochten takken, die dichtgesmeerd werden met leem of klei. Het dak bestond uit stro. Ze waren rond de vijftien meter lang, en een meter of zes breed. De ingangen lagen aan de lange wand en verdeelden de boerderij in een woon- en een stalgedeelte. De bewoners leefden samen met het vee onder hetzelfde dak. Hun dagelijks voedsel bereidden ze uit verschillende graansoorten (tarwe, gerst en gierst), bonen, aangevuld met melk en vlees en uit de natuur haalden ze vruchten en noten. De stookplaats bevond zich in het woongedeelte en was vaak niet meer dan een bak waar hout in gestookt werd en de potten boven het vuur hingen. ’s Winters stond het vee op stal, die een open verbinding vormde met het woongedeelte. De dieren zorgden voor wat warmte. Het vee bestond voornamelijk uit koeien (de helft kleiner dan nu) schapen, geiten en varkens. Soms een paard. Ossen deden het trekwerk voor kar en ploeg. De boerderij was een gemengd bedrijf met akkerbouw en veeteelt.

Boerderij uit de IJzertijd

 

Middeleeuwen

Een andere groep archeologen, o.l.v. Gerard Aalbersberg, heeft een eind verderop onderzoek gedaan. Tussen de 2e Halve Hof op Hal en boerderij De Zandvoort, is ook een aardige verhoging in het landschap te vinden. Zij vonden vooral paalgaten, dus plaatsen waar woningen hadden gestaan.

In afvalkuilen in de buurt vonden ze potscherven, waaraan ze konden afleiden, dat er bewoning geweest is in de Middeleeuwen, zo tussen 800 en 1200 na Chr. De scherven van klei die ze vonden, waren al mooi rond gevormd op een draaischijf en niet meer met de hand gekneed. Deze potten van gebakken klei gingen vaak stuk, de scherven gooide men weg en nu worden ze gebruikt om te kunnen achterhalen uit welke periode ze komen. Er werden scherven gevonden van het “Badorf – type, Kogelpotaardewerk en Pingsdorfaardewerk.” Deze scherven moeten nog precies onderzocht worden om de juiste tijd aan te kunnen geven. Ze werden in de buurt van Keulen gemaakt in bedrijfjes en verhandeld en zo kwamen ze in Langenboom terecht.

Gevonden gedeelte van een molensteen

 

Handgraanmolentje, zoals het er toen uitzag

 

Bijzondere vondsten

Uit een van de afvalkuilen kwam een stuk van het bovenste deel van een handgraanmolentje. Het is gemaakt van een gesteente uit de Eiffel in Duitsland, dus ook dit geeft aan, dat er toen al handel met dat gebied was. Een andere fraaie vondst waren delen van uitgeholde boomstammen, waarmee men een waterput had gemaakt. Het meeste hout was verrot, maar gelukkig waren er nog restanten over.

 

Dank zij de aanleg van deze gasleiding weten we nu, dat de geschiedenis van Langenboom met bijna 2000 jaar kan worden vervroegd.